Chen Wang-Ting Chenstijl

Tai Ji Quan begint met de Chenstijl. De Chen familie had al een lange vechttraditie toen omstreeks het midden van de 17e eeuw generaal Chen Wang-Ting na zijn pensionering het familie-erfgoed ingrijpend wijzigde. Hij combineerde de bestaande harde technieken met concepten uit de taoistische denkwereld (yin-yang, meegeven) en de dao yin (qigong). Uit de Chenstijl ontwikkelden zich later de Tai Ji stijlen van de familie Yang en Wu.

In de Chenstijl zijn alle oorspronkelijke Tai Ji bewegingen behouden gebleven, zoals Fa Jing, het gebruik van explosieve energie en de afwisseling van snelle en langzame, harde en zachte bewegingen. Dit maakt de Chenstijl heel dynamisch.

Yangstijl

Yang Lu-Chan (1799 - 1872) is de uitvinder van de de Yangstijl. In zijn jonge jaren ging hij naar het dorp van de familie Chen om Tai Ji Quan te leren (de Chenstijl), maar omdat hij niet tot de familie behoorde mocht hij niet mee oefenen. 's Nachts bekeek hij stiekem de oefensessies door een spleet in de schutting en wist zich zo de techniek eigen te maken. Toen men ontdekte hoe goed hij de stijl beheerste kreeg hij alsnog les in het dorp. Later ontwierp hij een eigen Tai Ji stijl die nu zijn naam draagt.
De kleinzoon van Yang Lu-Chan heette Yang Cheng-Fu (1883 - 1936) en hij was het die de Yangstijl voor het eerst buiten de familie onderwees. De Yangstijl van Yang Cheng-Fu kenmerk zich door grote open bewegingen, harmonieus en gelijkmatig uitgevoerd.

Wustijl

In Wustijl taijiquan gaat het vooral om het "interne werk". De bewegingen zijn compact en subtiel en de nadruk ligt meer op wat er van binnen gebeurt dan hoe het er van buiten uitziet.
De Wustijl begint met Wu Quan-You (1834-1902) die taiji leerde van Yang Lu-Chan (1799-1872) toen deze les gaf in het Chinese leger.

Moderne stijlen

Aan de traditionele Tai Ji vormen kleven een paar bezwaren: ze vertonen veel variatie (elke school doet het weer anders), ze zijn lang en vaak ook lastig te leren. Om een groter publiek te bereiken stimuleerde de Chinese overheid de ontwikkeling van enkele korte standaardvormen. Eerst kwam in 1956 de Vereenvoudigde Yangstijl, ook wel 24-vorm genoemd. Later volgden de 48-kombinatievorm (1976) en de 42-competitievorm. De beide laatste bevatten ook elementen uit de Wu, Chen en Sun stijl.

En wat doe je als beginner?

Om mee te beginnen is de Yangstijl het meest geschikt. Bij ons leren beginners vaak eerst de Vereenvoudigde Yangstijl. Dit is een korte Tai Ji vorm die heel populair is in China en in de rest van de wereld. Je kunt hem in vier maanden leren.
Daarna kun je je bekwamen in de wat moeilijker Traditionele Yangstijl 43-vorm - een mooie lange vorm die ongeveer een jaar kost om te leren. Of je leert een moderne competitievorm.

In vervolgcursussen kun je deze vormen perfectioneren en je kennis verdiepen met de bijbehorende toepassingen. Voor liefhebbers en doorzetters hebben we nog Tai Ji Waaier en Stok, Tweegevecht, Chenstijl en Handen duwen.